Ruimte is geen leegte

Wat overblijft nadat iets verdwijnt, noemen we leeg.

Een lege kamer.
Een lege kast.
Een lege tafel.

Alsof er iets ontbreekt.

Leegte als gemis

Dat woord stuurt.

Leeg betekent: er had iets moeten zijn.

Dus ontstaat er een neiging.

Vullen.

Met spullen.
Met geluid.
Met iets dat de leegte opheft.

Wat er feitelijk gebeurt

Maar kijk je zonder dat woord, dan zie je iets anders.

Er is ruimte.

Niet als afwezigheid.
Maar als wat er overblijft wanneer iets eindigt.

Geen tekort

Ruimte is geen tekort.

Het is niet minder.

Het is wat zichtbaar wordt
als er niets meer wordt vastgehouden.

Het is een beweging van leegte als gemis
naar ruimte als wat overblijft.

Waarom dat schuurt

Zonder invulling is er niets om je aan te relateren.

Geen functie.
Geen verhaal.
Geen houvast.

Dat voelt als leegte.

Maar dat is een interpretatie.

De neiging om te vullen

Dus gebeurt er iets automatisch.

Er komt iets bij.

Een object.
Een taak.
Een geluid.

Niet omdat het nodig is.
Maar omdat ruimte ongemakkelijk voelt.

Opruimen stopt hier vaak

Er wordt opgeruimd.

Maar niet afgerond.

Want zodra er ruimte ontstaat, wordt die weer gevuld.

Niet bewust.
Maar als reflex.

No-nonsense nalaten

Achter jezelf opruimen betekent hier:

ruimte laten bestaan.

Niet invullen.
Niet verzachten.
Niet benutten.

Laten.

Wat hier zichtbaar wordt

Ruimte is niet leeg.

Het is wat er is
als er niets meer hoeft te zijn.

Vorige
Vorige

Witruimte werkt